Journalisten mogen stelen 10/06/2011
Harald Doornbos en ik studeerden tegelijk journalistiek, in Kampen. Het was een mooie tijd en Harald was bepaald geen muurbloempje. Meer een activist dan journalist, maar dat is later goedgekomen. Bij demonstraties tegen de OV-jaarkaart of studiebeurs, of gewoon tegen Deetman als mens, werd Harald steevast onder luid protest in de boeien geslagen door een paar overijverige dienders. Maar dat terzijde. Doornbos is inmiddels een veteraan, een door de wol geverfd oorlogsverslaggever met internationaal aanzien. (Harald staat zelfs model voor een personage in een Hollywood Film…) Even for the record: Harald en ik zijn geen vrienden, we kwamen hoogstens op dezelfde feestjes, 20 jaar geleden. Op Twitter is goed te volgen waar Harald zich zoal bevindt maar zonder dat fijne medium weet je het ook wel: is er ergens serieuze stront aan de knikker, Harald is van de partij! Tamils plegen na geruime tijd braaf te zijn geweest een aanslag? Doornbos doet verslag. Opstanden in Tunesië, Egypte of Burkina Fasso? Harald vertelt je, desnoods fluitende kogels ontwijkend, via een brakke telefoonlijn precies hoe het zit. Deze week ontstond er een piepklein relletje rond Harald Doornbos. Het begon allemaal met een tweet van de journalist. Ik parafraseer: "wie weet er een goed museum voor de 30 kilo spullen die ik mee heb gerauscht uit het paleis van Khadaffi". Uiteraard was Harald als één van de eersten present in het verlaten hoofdkwartier van de Libische leider. Om daar wat landkaarten, t-shirts en fotoalbums van de verdreven dictator in zijn koffer te proppen. Op Twitter ontstond rumoer: 'diefstal, dat is het!' Harald reageerde fijntjes met een link naar het bericht over de hoogbejaarde man die tienduizenden dollars verdiende nadat hij de in '44 uit een bergwoning gepikte wereldbol van ene A. Hitler aanbood op een veilingsite. De oude soldaat verkocht de gehavende globe (er zitten putjes in van granaatscherven!) aan een Joodse zakenman. "Hier, heb je nog een dief!", twitterde Harald vrolijk. Maar het verwijt aan Doornbos dat ie zich schuldig maakte aan diefstal is natuurlijk zo gek nog niet. Waarom mag je ongestraft de spullen meenemen uit iemands huis? Omdat diegene een dictator is/was? De één z'n dictator is de ander z'n vader. Of mag Harald plunderen omdat hij een journalist is? Of omdat de spullen historische waarde vertegenwoordigen en anders wellicht in een vuilcontainer zouden belanden? Gaat in dit geval het algemeen historisch belang boven het eigendomsrecht? Redelijke vragen. NB: De hoeveelheid is opvallend, 30 kilo is iets anders dan een souveniertje in je binnenzak proppen. En hoe kreeg hij dat het land uit? Als ik 2 kilo teveel meeneem moet ik al ruim aftikken, op de luchthaven. Journalisten hebben geen verschoningsrecht, geen eed gezworen en zijn op geen enkele manier gehouden aan een beroepscode. Die vraag werd wel gesteld, door de dames/heren Twitterati. Journalisten hebben geen geheimhoudingsplicht zoals dokter en advocaten. Journalisten zijn gewoon burgers. Burgers die ervoor gekozen hebben om met hun neus vooraan te staan, dat dan weer wel. Iedereen mag zich journalist noemen en ik denk dat dat heel goed is. Natuurlijk leidt dat tot rare situaties. Boeven, of huichelende zakenmannen die zich journalist noemen. (Steve B., Harry M.) Ik kan er prima mee leven. Ik denk dat het kaf en het koren zichzelf wel kunnen scheiden. Bovendien is er een criterium waar elke journalist aan moet voldoen: er moet een medium zijn dat voor hem of haar als platform dient. Voor langere tijd. De echte dwazen, oplichters en boeven hebben zo'n podium niet. Niet voor lang tenminste. Een journalist heeft zich dus aan dezelfde regels te houden als elke gewone burger. Probleem is dat een journalist voortdurend in situaties terecht komt waar gewone burgers normaal gesproken niet in terecht komen. Wat zou je doen, als je, als reporter, bij het pak em beet het uitgebrande huis van Steve Jobs een 20 jaar oude, met plakband bij elkaar gehouden pre-Ipod vond? Een belachelijk voorbeeld? Voor iemand van het kaliber Harald Doornbos niet. Hij arriveerde vorige maand in Libië na een reis over land vanuit Kenia, door vijandig Soedan en nog wat landen zonder functionerende overheid. Een superkuifje, dat is het. Hij gaat daar waar weinigen durven te gaan, neemt enorme risico's alleen maar om jou te vertellen hoe het er aan toe gaat. In burgeroorlog hier, opstand zus en terreurcampagne zo. Dat ontslaat hem niet van de plicht om zich ethisch te gedragen. Maar wat zou ik gedaan hebben als ik Harald, in het paleis van Khadaffi, zijn zakken had zien vullen met diverse prullaria? Ik zou gezegd hebben: Harald, denk je er aan, wat dat allemaal kost aan overgewicht op het vliegveld? En verder zou ik zelf ook op zoek zijn gegaan naar een leuke foto van Kahdaffi in een rare jurk of een sierlijk gegraveerde presse-papier van een granaathuls: "for our leader". Het spul is niet van Harald, dat weet hij ook wel. Maar hij heeft duidelijk niet de bedoeling om er geld mee te verdienen, hij zocht voor de prullen een museum, weet je nog? Harald denkt, en ik met hem, dat het meesnaaien van dit soort spullen valt in de categorie souvenirjagen. De spullen hebben historische waarde, ze vertegenwoordigen een verhaal. Ik wed dat het museum dat de spullen in de collectie opneemt kan rekenen op een hoop belangstelling. Nog één ding: ik heb op veel nieuwsredacties gewerkt. Op al die redacties vind je kasten vol souvenirs uit oorlogsgebieden en andere ellendige toestanden. Camera-accu's met kogels erin, gestolen plaatsnaamborden maar ook persoonlijke spullen. Spullen die niet het wettige eigendom zijn van diegenen die ze meenemen om tentoon te stellen. Met de bedoeling om iets tastbaars te laten zien dat een vreselijk verhaal vertelt. Niet meer en niet minder. CommentsLeave a Reply |